De vaccinatiegraad verhogen: wat werkt er wel en niet?
De vaccinatiegraad in Nederland daalt al langere tijd, zowel bij kinderen als bij volwassenen. Die trend is zorgelijk: vaccinaties beschermen niet alleen het individu, maar dragen ook bij aan het voorkomen van uitbraken en het beschermen van kwetsbare groepen. Kortom: een dalende vaccinatiegraad zet de publieke gezondheid onder druk.
Het tij keren is broodnodig, maar ook complex. Het verhogen van de vaccinatiegraad is geen kwestie van één knop omzetten, maar vraagt om een brede aanpak. In 2025 werkten wij vanuit AEF aan verschillende (onderzoeks)projecten over vaccineren. Elk project belicht een ander deel van de puzzel: wat mensen beweegt om zich wel of niet te laten vaccineren, hoe vaccinaties toegankelijker kunnen worden georganiseerd en aangeboden, en hoe samenwerking en sturing in het Rijksvaccinatieprogramma beter kunnen worden ingericht. AEF’ers Lynn Spengler, Annemiek de Nooijer en Marlijn Althuizen delen hieronder hun inzichten.
Begrijpen wat mensen beweegt om zich wel of niet te laten vaccineren
Wie de vaccinatiegraad wil verhogen, moet eerst begrijpen waarom die daalt: wat beweegt mensen om zich wel of niet te laten vaccineren? In opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) onderzochten we welke wensen, behoeften en barrières volwassenen ervaren bij vaccineren. Annemiek: “In twaalf gemeenten gingen wij in gesprek met inwoners over de vraag waarom ze zich wel of niet laten vaccineren. Daarnaast organiseerden we speciale focusgroepen, met aandacht voor groepen die vaak ondervertegenwoordigd zijn in onderzoek, zoals inwoners met beperkte gezondheidsvaardigheden. Zij hebben bijvoorbeeld moeite met het vinden, begrijpen, beoordelen en toepassen van informatie over gezondheid en zorg.”
Marlijn: “Uit dit praktijkgerichte onderzoek blijkt dat vaccinatiekeuzes sterk samenhangen met enerzijds een persoonlijke risico-inschatting en anderzijds vertrouwen in de noodzaak van vaccinatie. Mensen laten zich vooral vaccineren om zichzelf en anderen te beschermen, en doen dit deels op basis van advies van een naaste of zorgverlener die zij vertrouwen. Tegelijkertijd spelen zorgen over bijwerkingen, wantrouwen richting de overheid en voorkeur voor ziek worden (en daardoor ‘natuurlijke immuniteit’ op te bouwen) een rol bij de keuze om zich niet te laten vaccineren. Praktische drempels, zoals afstand en het maken van een afspraak, geven zelden de doorslag in de keuze. Wél kunnen deze drempels de ervaren toegankelijkheid verkleinen."
Een belangrijke conclusie die we konden trekken is dat er geen one-size-fits-all aanpak bestaat die voor alle doelgroepen werkt. Marlijn: "Effectief vaccinatiebeleid vraagt om maatwerk. Dat betekent doelgroepspecifieke communicatie en begrijpelijke informatie die aansluit bij de leefwereld van verschillende groepen mensen. Ook is het belangrijk dat vaccinaties plaatsvinden op vertrouwde, laagdrempelige locaties."
Drempels verlagen tijdens de zwangerschap
Naast inzicht in gedrag is hoé we het vaccineren inrichten van groot belang. In Den Haag evalueerden wij met GGD Haaglanden een pilot waarbij kinkhoestvaccinatie voor zwangere mensen werd aangeboden in de praktijk van verloskundigen. Lynn: “Mensen die zwanger zijn, konden nu worden gevaccineerd tijdens reguliere consulten bij de verloskundige, in plaats van alleen bij het consultatiebureau van de jeugdgezondheidszorg. Dit werd vooral gedaan om het mensen makkelijker te maken om een vaccinatiekeuze die zij al willen maken ook daadwerkelijk uit te voeren. Zoals ons onderzoek liet zien, kan dit de ervaren toegankelijkheid vergroten en drempels wegnemen.”
Annemiek: “De resultaten laten zien dat deze aanpak werkt: de vaccinatiegraad bij de betrokken verloskundigenpraktijken was hoger dan in deze wijken vóór start van de pilot. Door vaccineren in te bedden in de reguliere zwangerschapszorg worden drempels verlaagd, vooral voor zwangere mensen met een taalbarrière of waar drempels zijn om een afspraak te maken of naar een afspraak te komen. Zij vinden het fijn dat ze geen extra afspraak hoeven te maken en de vaccinatie in een vertrouwde omgeving kunnen krijgen.”
Lynn: “Door dit onderzoek hebben we nu beter zicht op de factoren die vaccinatiegedrag bepalen, én de effecten op de vaccinatiegraad bij een effectieve inzet op die factoren.”
Voorlichten en vaccineren op school
Een ander voorbeeld van vaccineren dicht bij de doelgroep is een pilot in het voortgezet en praktijkonderwijs. In deze pilot werd op school voorlichting gegeven over vaccineren, en werden er direct ook vaccinaties aangeboden. De pilot richtte zich op jongeren met een vaccinatieachterstand, waaronder leerlingen met een internationale achtergrond. Samen met GGD Haaglanden deden we onderzoek naar de effectiviteit en uitvoerbaarheid van deze pilot.
Lynn: “We zagen dat scholen en leerlingen positief zijn over deze vorm van voorlichting en vaccineren. Tegelijkertijd blijkt dat vaccineren op school organisatorisch complex is, bijvoorbeeld door het opvragen en beoordelen van (buitenlandse) vaccinatiegegevens. Daardoor hebben we nu wel beter inzicht in de voorwaarden waaronder voorlichting en vaccineren op school effectief en uitvoerbaar kunnen worden vormgegeven – en eventueel opgeschaald.”
Betere samenwerking op stelselniveau: wijzigingen in het Rijksvaccinatieprogramma
Naast onderzoek naar gedrag en praktijk werkten we in 2025 ook aan het vaccinatiestelsel op stelselniveau. Samen met diverse partners binnen de overheid en zorg brachten we knelpunten in kaart in de samenwerking rond wijzigingen in het Rijksvaccinatieprogramma (RVP).
Annemiek: “De afgelopen jaren zijn meerdere nieuwe vaccinaties aan het RVP toegevoegd. Dat levert meer gezondheidswinst op, maar stelt ook hoge eisen aan het werkproces, afstemming, governance en bekostiging. In de praktijk is er door verschil in centrale en decentrale organisatie van partijen soms onduidelijkheid over rollen en verantwoordelijkheden en bestaan er onderlinge afhankelijkheden in het werkproces.”
Lynn: “We begeleidden de betrokken partijen naar een gedeelde probleemanalyse en werkten samen met de partners oplossingsrichtingen uit. Dat ging onder meer over duidelijkere rolverdelingen en een geactualiseerde routekaart voor RVP-wijzigingen. Daarmee werken we aan besluiten over nieuwe vaccinaties die niet alleen inhoudelijk worden genomen, maar ook uitvoerbaar, betaalbaar en tijdig gerealiseerd kunnen worden.”
Eén opgave, meerdere niveaus
Deze projecten laten zien dat het verhogen van de vaccinatiegraad een complexe opgave is die zich op meerdere, onderling samenhangende niveaus afspeelt:
- In de leefwereld van mensen, waar vertrouwen, toegankelijkheid, risicoperceptie en begrijpelijke informatie een belangrijke rol spelen bij vaccinatiekeuzes.
- In de uitvoeringspraktijk, waar de organisatie van zorg en de inbedding in bestaande zorgprocessen van invloed zijn op bereik, toegankelijkheid en effectiviteit.
- In het stelsel, waar goede samenwerking, heldere rolverdelingen en duidelijke afspraken randvoorwaardelijk zijn voor succesvolle uitvoering.
De inzichten uit deze projecten onderstrepen dat een hogere vaccinatiegraad niet met één maatregel kan worden bereikt. Het vraagt om een samenhangende aanpak waarin aandacht is voor wat mensen beweegt, waarin vaccineren zo toegankelijk mogelijk wordt georganiseerd en waarin partijen gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen voor een goed functionerend stelsel. Juist in de verbinding tussen deze niveaus ligt de sleutel tot een duurzame versterking van de vaccinatiegraad en daarmee tot een betere bescherming van de publieke gezondheid.
Meer weten? email hidden; JavaScript is required