Dakloosheid onder druk: welke keuzes durven we te maken?
Het aantal dak- en thuisloze mensen in Nederland groeit hard. De opvang zit op veel plekken overvol, politieke regie blijft achter en concrete afspraken tussen gemeenten en woningcorporaties komen in veel plaatsen moeizaam van de grond.
Mischa Buter houdt zich vanuit AEF intensief bezig met dit vraagstuk. Waarom komt samenwerking rond dit thema zo lastig van de grond? En wat is er nodig om tot oplossingen te komen die wél werken?
Het aantal dak- en thuislozen is flink gestegen. Hoe komt dat?
Mischa: "Dat komt door een combinatie van factoren. Allereerst doordat er een structureel tekort is aan betaalbare woningen. Een huis kopen is voor veel mensen niet haalbaar en de wachttijden voor (sociale) huurwoningen zijn enorm. Mensen die een huis zoeken, kunnen er simpelweg geen vinden. Daar begint het mee."
"Maar ook andere factoren spelen mee. Dure boodschappen, stijgende benzineprijzen, de zorgpremie die ieder jaar hoger wordt: het dagelijks leven is duur geworden en steeds meer mensen hebben het financieel zwaar. En dan zijn er nog de lange wachtlijsten in de (geestelijke) gezondheidszorg. Daardoor krijgen mensen de hulp of ondersteuning die ze nodig hebben soms niet - of niet op tijd. Problemen stapelen zich op en mensen lopen vast. Tel daar onverwachte levensgebeurtenissen, zoals een scheiding of een ontslag, bij op – en mensen kunnen zomaar in een situatie komen waarin het lastig is om vaste lasten te betalen."
Zijn er specifieke groepen waar de problematiek toeneemt?
"Ja, en dat maakt het vraagstuk ook complexer. We zien een grote groep EU-arbeidsmigranten, maar ook ongedocumenteerde mensen en mensen die herhaaldelijk dakloos raken. Daarnaast zijn er steeds vaker gezinnen en jongeren betrokken. Die diversiteit vraagt om maatwerk, maar ons systeem is daar nog onvoldoende op ingericht."
Vanuit AEF ben je betrokken bij de aanpak van dakloosheid. Wat is er nodig om hierin echt stappen te zetten?
"Het begint met erkennen dat dit een systeemvraagstuk is. Dat vraagt om regie en samenwerking over domeinen heen. Gemeenten, woningcorporaties en zorg- en welzijnspartijen moeten samen optrekken, met een gedeeld doel en duidelijke afspraken. Daarnaast is politieke prioriteit nodig. Zolang het geen urgent thema is op landelijk niveau, blijft het lastig om structurele veranderingen door te voeren."
"De nieuwe Wet versterking regie volkshuisvesting kan hier handvatten in bieden. Deze wet geeft gemeenten grip op hoeveel, waar en voor wie er woningen worden gebouwd, met als doel om sneller betaalbare en sociale woningen te realiseren. Hier gaan uiteraard nog steeds lastige keuzes mee gemoeid, maar dat deze woningen gerealiseerd worden voor mensen die dit hard nodig hebben, is een goede stap.”
Je zegt heel duidelijk: meer opvangplekken is niet de oplossing. Waarom niet?
“Omdat een uitbreiding van het aantal opvangplekken de onderliggende oorzaken (de woningcrisis, de toenemende bestaansonzekerheid, de wachtlijsten in de zorg) niet oplost. Pleiten voor ‘meer opvang’ is symptoombestrijding: een pleister op een wond die op andere manier moet helen.”
“Het probleem is dat beleidsmakers dakloosheid heel lang eenzijdig hebben benaderd als een zorgprobleem, in plaats van te zien hoe verschillende factoren (zorg, wonen, bestaanszekerheid) elkaar hierin versterken. Dakloosheid is geen zorgprobleem, maar een woonprobleem. Mensen hebben eerst een stabiele plek nodig om te wonen. Daarna ontstaat er pas ruimte om andere problemen, zoals schulden, mentale gezondheid en werkloosheid, aan te pakken.”
Maar dan zijn we terug bij af, want betaalbare woningen: die zijn er niet.
“Dat klopt. Maar je kunt wél dingen in gang zetten. We zien dat de Housing First-benadering werkt. Daar is inmiddels veel onderzoek naar gedaan in binnen- en buitenland. Housing First, of – zoals we de bredere systeemaanpak noemen – ‘Wonen Eerst’, gaat echt uit van de gedachte: éérst een woning organiseren voor mensen, dan pas andere hulp. Het versnellen van het proces richting een woning kan daarin helpen: tijdelijke huisvesting, of voorrang voor specifieke groepen dakloze mensen. Maar dat moet je wel durven, als (lokaal) bestuurder.”
“Hoe dan ook denk ik: prima om vraagstukken van deze omvang op systeemniveau te analyseren. Maar voor de aanpak hoef je niet te wachten op een allesomvattende oplossing. Natuurlijk lossen we de woningcrisis niet zomaar op. Of de wachtlijsten in de zorg. Maar binnen dat grote systeem zijn er allerlei radartjes waar je toch al aan kunt draaien om stappen te kunnen zetten. Uiteindelijk grijpen die deeloplossingen ook weer op elkaar in – en verandert het systeem vanzelf een beetje mee.”
Waarom blijkt de samenwerking tussen gemeenten en woningcorporaties lastig?
“Iedereen ziet dat daar de sleutel ligt, maar in de praktijk komt die samenwerking inderdaad nog onvoldoende van de grond. Het zijn twee verschillende werelden. Soms zie je dat beleid van gemeenten niet aansluit met wat er nodig is in de praktijk. Specifieke regelgeving kan het bijvoorbeeld lastig maken voor coöperaties om tot alternatieve huisvesting of extra woningen te komen.”
“Je hebt ook te maken met de lokale politieke werkelijkheid. Het onderwerp ‘scoort’ nu eenmaal niet, dat maakt het lastig. Je hebt een wethouder nodig die politieke wil toont - en die moet weer gevoed worden door een ambtenaar die beseft hoe veelkoppig het probleem is. Je hebt mensen nodig die anders durven denken en anders durven doen. Hoe wethouder Pieter Paul Slikker dit in Den Bosch aanpakt, vind ik een mooi voorbeeld van hoe je met lef en duidelijke keuzes echt verder komt."
Wat verrast jou in je werk rond dit thema?
“Wat mij vooral opvalt en ook raakt, is het besef hoe snel mensen kunnen afglijden. Vaak gaat het om een opeenstapeling van gebeurtenissen: baanverlies, relatiebreuk, mentale problemen. En als er dan geen vangnet is dat goed werkt, kom je in een neerwaartse spiraal terecht. Tegelijkertijd zie ik ook hoe groot het verschil kan zijn als iemand wél op tijd een stabiele woonplek krijgt. Natuurlijk is dat niet altijd zaligmakend. Er is vaak begeleiding nodig om iemand ook goed te laten landen in een wijk."
"Verder blijft me het besef bij dat je dit soort vraagstukken nooit vanuit één perspectief kunt oplossen. Je moet altijd kijken naar de samenhang tussen systemen en belangen. En dat begint met goed luisteren: naar professionals, maar ook naar mensen zelf. Hun ervaring laat vaak het scherpst zien waar het systeem beter kan.”
Meer weten? email hidden; JavaScript is required
Vanuit AEF coördineert Jasper Sterrenburg de landelijke aanpak dakloosheid namens Platform Sociaal Domein (PSD), VNG en Aedes. De focus ligt op de versnellingsaanpak Wonen Eerst, waarbij gemeenten en corporaties worden ondersteund bij de verschillende stappen van deze aanpak.
Jasper: "Het frame dat dakloosheid onoplosbaar is vanwege een tekort aan woonruimte, is makkelijk in stand te houden - maar het klopt niet. Waar het om gaat, is duidelijke keuzes durven maken. Vroeg of laat komen dakloze mensen in aanmerking voor een woning - soms leidt dat tot overlast of hoge zorgkosten. Dat moet je naar voren trekken: zo snel mogelijk woonruimte regelen voorkómt juist dat mensen ontsporen. In gemeenten wordt dit regelmatig geframed als ‘voorrang’, ‘verdringing’ of ‘concurrentie’.
Ik zie dat anders: als lokale overheid heb je de taak om in te staan voor het welzijn van alle inwoners. Dat betekent dus ook dat je zo snel mogelijk woonruimte regelt voor mensen met een urgente woonbehoefte, helemaal als daarmee potentiële problemen rond onbegrepen gedrag en complexe zorgvragen kunnen worden voorkomen."
De sleutel ligt in een gezamenlijke, integrale aanpak. Niet alleen inzetten op woonruimte voor dakloze mensen, maar ook op huisvesting voor statushouders, Oekraïense ontheemden, jongeren die uitstromen vanuit de jeugdzorg en starters. Focussen op één van die groepen leidt niet tot oplossingen. Nieuwe woonconcepten zoals estafettewonen en flexwonen doen dat wél, omdat ze enerzijds veel wooneenheden bieden en anderzijds de keuzevrijheid respecteren van gemeenten om te kiezen voor een mix van doelgroepen die ze hierin willen huisvesten.
Onze inzet en ondersteuning richten zich op het versterken van de samenwerking tussen gemeenten en corporaties, en op het verbinden van de domeinen zorg en het sociaal domein met wonen en ruimte. We brengen partijen bij elkaar en helpen om tot gedeelde inzichten en afspraken te komen. En we doen onderzoek naar wat verschillende groepen nodig hebben."
Als wethouder wonen, zorg en bestuurlijke vernieuwing bij de gemeente 's-Hertogenbosch is Pieter Paul Slikker verantwoordelijk voor wonen en huisvesting bijzondere groepen.
Pieter Paul: “Dakloosheid is in de kern een woningvraagstuk. Wij hebben, net als veel andere gemeenten, te maken met een groot tekort aan betaalbare woningen. Dat zie je direct terug in de mensen die dak- of thuisloos raken. In Den Bosch is ongeveer 40 procent van de dakloze mensen jonger dan 27 jaar - juist de groep die het steeds moeilijker heeft op de woningmarkt. We zien daarnaast veel mensen die gewoon werken, maar te weinig verdienen om een dure huur- of koopwoning te betalen of die vastlopen op lange wachtlijsten voor sociale huur. En we zien veel alleenstaande ouders met kinderen, bijvoorbeeld na een scheiding. Mensen die in feite vooral op zoek zijn naar een huis.
Wij vinden het onacceptabel dat mensen eerst langdurig in de opvang terechtkomen, terwijl hun belangrijkste probleem eigenlijk het ontbreken van woonruimte is. Daarom hebben we als gemeente samen met de maatschappelijke opvang en de woningcorporaties gezegd: dit moet anders. Natuurlijk hebben we niet de illusie dat je zo’n groot maatschappelijk probleem binnen een jaar oplost. Daarvoor is het woningtekort simpelweg te groot en daarvoor is dit vraagstuk ook te landelijk en structureel. Maar dat betekent niet dat je als gemeente moet afwachten.
Wat wij wél konden doen, is de samenwerking tussen gemeente, woningcorporaties en maatschappelijke opvang veel intensiever organiseren. Niet vertrekken vanuit systemen of loketten, maar vanuit de vraag: wat heeft iemand nodig om zo snel mogelijk weer zelfstandig te wonen? Dat vraagt ook een andere blik op dakloosheid. Veel mensen die dakloos raken, hebben niet per definitie zware zorg nodig of staan niet ‘buiten het systeem’; ze hebben simpelweg geen betaalbare woning.
Door veel nauwer samen te werken, konden we processen slimmer en sneller organiseren. Denk aan het gelijktijdig regelen van een identiteitsbewijs, bankrekening en uitkering, in plaats van alles na elkaar te doen. Daardoor kunnen mensen sneller doorstromen naar een woning en voorkom je dat problemen zich verder opstapelen.
Daarvoor moet je echt over bestaande schotten heen durven stappen. Natuurlijk heeft iedere organisatie haar eigen belangen, regels en verantwoordelijkheden. Maar uiteindelijk heb je één gezamenlijk doel: voorkomen dat mensen op straat belanden of te lang in de opvang blijven. Dat vraagt om samenwerking, bestuurlijke wil én de moed om soms buiten de gebaande paden te denken.”