Onderwijs als sleutel tot de toekomst na jeugddetentie
Onderwijs is belangrijk: het prikkelt, verrijkt en biedt toekomstperspectief. Maar voor jongeren in een justitiële jeugdinrichting is goed onderwijs niet altijd vanzelfsprekend, terwijl het juíst een oplossing kan zijn. Wat betekent goed onderwijs voor jongeren die tijdelijk vastzitten? En wat vraagt het van scholen om hen een nieuwe kans te geven?
Voor de vijftienhonderd tot tweeduizend jongeren die jaarlijks in justitiële jeugdinrichtingen (JJI’s) verblijven is onderwijs minstens zo belangrijk als voor hun leeftijdsgenoten. Maar binnen een jeugdinstelling is dat soms lastig te organiseren, en de overstap naar regulier mbo-onderwijs is daardoor kwetsbaar. Terwijl juist daar de sleutel ligt: een diploma, perspectief op werk en een rol in de samenleving.
In opdracht van het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur ontwikkelde AEF samen met het Kohnstamm Instituut een handreiking voor het versterken van de samenwerking tussen (scholen in) de JJI’s en het mbo. AEF’ers Maryam El-Rahmouni en Aukje Hilderink vertellen meer over dit bijzondere project.
Hoe is het onderwijs in jeugdinstellingen nu georganiseerd?
Maryam: “Jongeren in JJI’s krijgen onderwijs via voortgezet speciaal onderwijs (vso)-scholen. In toenemende mate verzorgen of faciliteren deze scholen ook mbo-onderwijs. Dat is voor jongeren die daar zitten belangrijk: het geeft hun een blik op wat de toekomst kan brengen. Een startkwalificatie vergroot de kans op werk én verkleint het risico dat een jongere opnieuw de fout in gaat.”
“Onderwijs stopt niet automatisch bij binnenkomst in een JJI – maar het loopt ook niet vanzelf soepel door bij uitstroom. We zien dat het onderwijsaanbod in JJI’s niet altijd aansluit bij de leeftijd, het niveau en de ontwikkelbehoeften van jongeren. Daarnaast lopen jongeren bij de overstap naar het reguliere mbo regelmatig tegen belemmeringen aan, zoals onduidelijke afstemming, beperkte informatie-uitwisseling en gebrekkige continuïteit in lesprogramma’s.”
In onderzoek naar onderwijs voor deze doelgroep werd duidelijk dat jongeren bij instroom vaak in verwarring zijn en motivatie missen. Dat gevoel van onzekerheid werkt door in hun leerproces. Aukje: “Juist dan is continuïteit essentieel. Als onderwijs wegvalt of niet aansluit op hun niveau en interesses, verliezen ze motivatie. Maar als het lukt om een doorlopende leerroute te organiseren, zie je dat perspectief groeit. Onderwijs is voor deze jongeren dus geen bijzaak, maar een cruciale beschermende factor.”
Waar zitten de grootste knelpunten?
Aukje: “Wat ons opviel, is dat continuïteit kwetsbaar is. De meeste jongeren verblijven maar kort in een JJI. Het onderwijs ’buiten’ wordt dan onderbroken, maar is er weinig tijd om dit binnen de JJI weer op te pakken en uitstroom goed voor te bereiden. Ook voor jongeren die langer in een JJI zitten wil je onderwijs dat goed aansluit bij hun niveau en interesses, maar dat is gezien de diversiteit soms lastig te organiseren. Als jeugdinstellingen en mbo-scholen elkaar dan niet goed weten te vinden, kan er vertraging of uitval ontstaan – met demotivering tot gevolg.”
Maryam: “De samenwerking leunt vaak op individuele mensen. Dat is krachtig, maar ook kwetsbaar. In sommige regio’s zijn afspraken goed uitgewerkt, elders is het versnipperd of persoonsafhankelijk. Bij wisselingen kan kennis verdwijnen en valt samenwerking stil. Het is daarom belangrijk om te bouwen aan structurele contactlijnen en werkafspraken.”
Daarnaast waren er ook praktische belemmeringen: beperkte ICT-mogelijkheden in de JJI’s, geen vaste contactpersoon bij mbo-instellingen, en onzekerheid over wat wel en niet gedeeld mag worden binnen de privacykaders. Aukje: “Vooral bij uitstroom ontstaat spanning tussen privacy en veiligheid. Mbo’s willen voldoende informatie om een jongere goed te begeleiden, maar we moeten stigmatisering voorkomen. Dat spanningsveld kan soms voor onrust zorgen.”
Waar hebben jullie binnen dit project aan gewerkt?
Maryam: “Wij hebben samen met professionals én jongeren uit het veld een knelpuntanalyse uitgevoerd en die vertaald naar een handreiking met vijf concrete bouwstenen. Denk aan regionale samenwerkingsafspraken, een vaste verbindingsofficier, betere ICT-afspraken en een zorgvuldige aanpak van gegevensdeling. Aan de hand van concrete bouwstenen laten we zien hoe rollen, verantwoordelijkheden en werkwijzen beter op elkaar afgestemd kunnen worden, zodat jongeren beter worden ondersteund in hun onderwijs tijdens en na verblijf in de JJI.”
Aukje: “Het bijeenbrengen van partijen als ROC’s, JJI-scholen en ketenpartners was essentieel. Alleen al het gesprek voeren over gezamenlijke doelen en verantwoordelijkheden gaf energie. Juist door samen met diverse betrokken partijen te kijken, zagen we oplossingen die beter passen én meer draagvlak hebben. Bottom-up werken kost soms meer tijd aan de voorkant, maar vertaalt zich in winst op de lange termijn.”
Maryam: “Voor ons was het ook belangrijk om het perspectief van de jongeren in dit project niet uit het oog te verliezen. Tijdens gesprekken met professionals hoorde ik hoe jongeren na uitstroom soms zeggen: ‘Ik voel me vrij, maar ook een beetje verloren.’ De overgang van binnen naar buiten is spannend en kwetsbaar. Als begeleiding stopt bij de poort, raken jongeren uit beeld – en dat is precies wat we willen voorkomen. Het laat zien: goede bedoelingen zijn niet genoeg. Het vraagt duidelijke afspraken, vaste contactpersonen en korte lijnen tussen professionals.”
Wat neem je mee naar andere projecten?
Aukje: “De kracht zat voor mij in de diversiteit aan partners. Iedereen bracht een ander stukje van de puzzel mee: onderwijs, begeleiding, veiligheid, nazorg, en de leefwereld van de jongere. Er was al veel bereidheid; het project hielp om die bereidheid te vertalen naar afspraken, contactlijnen en blijvende samenwerking.”
Maryam: “Wat ik bijzonder vond, is hoe snel er energie ontstaat zodra partners een gezamenlijk doel voelen: jongeren perspectief bieden via onderwijs, tijdens en na detentie. Die les neem ik mee: samenwerking ontstaat niet in een overleg, maar in het samen oplossen van echte knelpunten. Als je dáár begint, volgt de structuur vaak vanzelf.”
Meer weten over dit project? email hidden; JavaScript is required!