Projecten

Voorbereid op de toekomst, ook als die niet in Nederland ligt

I Stock 1676220225 1

Hoe zorgen we voor passend onderwijs als de toekomst van een kind in principe niet in Nederland ligt? Voor kinderen met een negatieve beschikking raakt dat aan hun dagelijkse realiteit. Hoe organiseer en geef je deze groep onderwijs dat recht doet aan hun ontwikkeling én hun toekomstperspectief?

Alle kinderen hebben recht op onderwijs, ongeacht achtergrond of verblijfstatus. Dat geldt ook voor kinderen die (alleen of met hun ouders) naar Nederland zijn gekomen en een asielaanvraag hebben ingediend - óók als die aanvraag wordt afgewezen. Juridisch ligt hun toekomst niet in Nederland, maar in de praktijk zitten zij hier in de klas. Ze leren de taal, bouwen vriendschappen op en dromen over later – net als ieder ander kind.

In opdracht van het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur en het ministerie van Asiel en Migratie deden wij onderzoek naar wat er nodig is om een specifiek onderwijsaanbod voor deze groep kinderen te organiseren. AEF’ers Michiel Ehrismann, Samar Nafie en Anna de Groot vertellen meer over het onderzoek.

Onderwijs in de taal van het land van herkomst

Hoe kan onderwijs voor kinderen met een afgewezen asielaanvraag worden ingevuld op een manier die uitvoerbaar is én zoveel mogelijk aansluit bij hun toekomstperspectief? Die vraag raakte aan het voornemen van het kabinet-Rutte IV om kinderen met een negatieve beschikking onderwijs te geven in de taal van hun land van herkomst. Michiel: “Onderwijs in de taal van het land van herkomst klinkt misschien logisch vanuit het idee van terugkeer, maar er zit veel meer onder. Voor de kinderen in kwestie is het bijvoorbeeld niet altijd behulpzaam, en ook in de praktijk is het simpelweg niet haalbaar.”

Vanuit de twee ministeries werd AEF gevraagd om de haalbaarheid te onderzoeken van een specifiek onderwijsaanbod voor kinderen met een negatieve beschikking. Er lagen verschillende scenario’s op tafel. Bijvoorbeeld: aparte lessen over de taal en cultuur van het land van herkomst, of een ander curriculum met het oog op een breder toekomstperspectief. Samar: “Wij hebben de scenario’s systematisch beoordeeld aan de hand van drie criteria: wat betekent dit voor de ontwikkeling van het kind? Draagt het bij aan het terugkeerperspectief of andere toekomstperspectieven? En is het uitvoerbaar voor scholen en de asielketen?”

Samar Nafie 24
“Kinderen met een negatieve beschikking zijn volgens de wet ‘op weg naar vertrek’, terwijl ze in het dagelijks leven gewoon leerling zijn. Die twee werkelijkheden kunnen botsen.”
Samar Nafie, Adviseur

Complex vraagstuk, complex onderzoek

Samar: “Juridisch gezien ligt de toekomst van sommige kinderen niet in Nederland, maar in de praktijk ontwikkelen zij zich hier net als ieder ander kind. Daarin zit ook het knelpunt: deze kinderen zijn volgens de wet ‘op weg naar vertrek’, terwijl ze in het dagelijks leven gewoon leerling zijn. Ze volgen hetzelfde onderwijs als andere leerlingen, maken toetsen en vieren hun verjaardag in de klas. Die twee werkelijkheden kunnen botsen.”

Michiel: “Inhoudelijk zagen we dat geen enkel scenario op alle drie de criteria goed scoorde. Sommige ideeën leken logisch vanuit terugkeer, maar waren bijvoorbeeld niet helpend voor de ontwikkeling van het kind. Andere opties waren pedagogisch sterker, maar praktisch nauwelijks uitvoerbaar omdat de doelgroep klein en divers is. Dat was echt zoeken: hoe doe je recht aan het beleid, zonder het kind uit het oog te verliezen?”

Anna: “Voor de kinderen in kwestie kan het ook belastend zijn om over hun toekomst te praten, zeker als die onzeker is. Zorgvuldigheid stond hierbij voorop: we spraken met ouders en voogden, maar ook met andere partijen zoals de scholen. Zo probeerden we zo breed mogelijk het perspectief van het kind op te halen. Daarbij hebben we zorgvuldig nagedacht over hoe en wat we vroegen.”

Michiel ehrismann 03
“Hoe doe je recht aan het beleid, zonder het kind uit het oog te verliezen?”
Michiel Ehrismann, Associate Partner

Investeren in praktische vaardigheden

Michiel: “Op basis van het onderzoek zagen we geen mogelijkheden om een grootschalig, landelijk aanbod te realiseren dat specifiek gericht is op enkel kinderen met een negatieve beschikking. Het is een risico om deze groep kinderen als ‘anders’ te bestempelen, omdat het schadelijk kan zijn voor hun ontwikkeling en hun gevoel van gelijkwaardigheid. Bovendien is de groep relatief klein en heel divers in leeftijd, achtergrond en onderwijsniveau. Een apart aanbod organiseren is daardoor duur en soms onuitvoerbaar, ook als we de kwaliteit van het onderwijs willen blijven garanderen.”

Anna: “In plaats daarvan adviseerden we om te investeren in onderwijs gericht op praktische en sociaal-emotionele vaardigheden – zonder dat per definitie te koppelen aan kinderen met een negatieve beschikking. Denk hierbij aan vaardigheden die overal van waarde zijn, ongeacht waar iemands toekomst ligt. Dat aanbod zou beschikbaar moeten zijn voor alle kinderen in de klas. Zo voorkom je stigmatisering. Belangrijk is wel dat dit buiten reguliere schooltijden plaatsvindt, zodat het niet ten koste gaat van ander onderwijs. En het moet aantrekkelijk zijn, want deelname is altijd vrijwillig.”

Anna de groot 02 6cfb322c81b72b5af76bd26ece4093fc
“Dit project laat de spanning zien tussen systeem en praktijk. Beleidsmatig kun je redeneren: als de toekomst elders ligt, moet je daarop voorbereid worden. Maar kinderen leven niet in beleidsnotities, zij leven in het hier en nu.”
Anna de Groot, Adviseur

Het belang van het kind

Het gesprek voeren op basis van feiten én waarden, zonder het kind uit het oog te verliezen. Dat was voor dit project essentieel. Samar: “Ons belangrijkste uitgangspunt was om het belang van het kind in zicht te houden – zo doe je recht aan de menselijke kant van beleid. Dat klinkt misschien vanzelfsprekend, maar in een politiek gevoelig dossier moet je dat steeds opnieuw expliciet maken.”

Wat onze adviseurs meenemen? Anna: “Voor mij laat dit project de spanning zien tussen systeem en praktijk. Beleidsmatig kun je redeneren: als de toekomst elders ligt, moet je daarop voorbereid worden. Maar kinderen leven niet in beleidsnotities, zij leven in het hier en nu.” Michiel: “Wat ik meeneem naar andere projecten is hoe belangrijk het is om het perspectief van de betrokken personen concreet te maken. Niet abstract praten over ‘de doelgroep’, maar je echt voorstellen wat een maatregel betekent in het dagelijks leven van een kind van tien dat hier naar school gaat.”

Meer weten over dit project? email hidden; JavaScript is required.

Deze zoekopdracht heeft geen resultaten opgeleverd. Probeer het met een andere zoekterm