Actueel 10 juni 2024

De opvang van Oekraïners: hoe gaat het nu verder?

Anastasiia krutota La9g3 Ad3 OU0 unsplash

In februari 2022 viel Rusland Oekraïne binnen. Nog geen vier dagen later was een eerste groep Oekraïense vluchtelingen onderweg naar het Overijsselse Kampen, waar een uniek samenwerkingsverband van kerken en een welwillende gemeente de Oekraïners onderdak en opvang bood.

Ruim twee jaar later is hun toekomst ongewis. Wat betekent dat voor hen en voor het draagvlak onder Kampenaren? Hoe moet de gemeente navigeren en anticiperen op de toekomst terwijl er nog zoveel onduidelijk is? Om dat inzichtelijk te maken, vroeg de gemeente Kampen ons om verschillende toekomstscenario’s te onderzoeken. Adviseurs Samar Nafie, Koen van Wijk, en Carolien Bosshardt delen hun ervaringen over dit bijzondere project.

Koen: 'Wat mij erg is bijgebleven is een gesprek met een alleenstaande moeder die in Oekraïne stewardess was geweest. Haar diploma lag op het vliegveld van Cherson - maar dat bestaat niet meer. Het besef dat het leven zo kan lopen, heeft wel wat met mij gedaan.'

Lessen uit het verleden

Carolien: ‘Toen we begonnen aan dit project, zijn we allereerst in de literatuur gedoken. We hebben zorgvuldig aandacht besteed aan de bureaustudie, omdat we wilden weten hoe eerdere migrantengroepen zich in Nederland ontwikkelden, wat de problemen waren waar zij tegenaan liepen en wat vluchtelingen beweegt om te blijven of terug te keren. Al snel herkenden we een patroon waaruit we lessen konden trekken voor de gemeente Kampen.’ 

Koen: ‘We zagen bijvoorbeeld dat tijdelijke opvang vaak resulteert in een permanent verblijf. Het is een illusie om te denken dat ontwortelde mensen uiteindelijk allemaal teruggaan naar het land waar ze vandaan zijn gevlucht. Een deel van de mensen die in de jaren ‘90 uit voormalig Joegoslavië is gevlucht, keerde bijvoorbeeld nooit terug. Dat zijn verwachtingen waar je als gemeente rekening mee moet houden en die we dan ook hebben meegenomen bij het invullen van die scenario’s.’

Samar: ‘In onze bureaustudie zagen we ook terug dat gevluchte mensen vaak pas een tijd ná aankomst een beroep gaan doen op de ggz. Ook dat is een belangrijke om mee te nemen, omdat je daar, zeker als kleine gemeente, wel op berekend moet zijn.’

Schermafbeelding 2024 06 10 om 12 04 12 Schermafbeelding 2024 06 11 om 14 18 44
Screen Shot 2024 06 19 at 16 16 20
'Een deel van de mensen die in de jaren ‘90 uit voormalig Joegoslavië is gevlucht, keerde nooit terug. Dat zijn verwachtingen waar je als gemeente rekening mee moet houden.'
Koen

Twee onzekerheden, vier scenario's

Samar: ‘Al snel konden we twee factoren identificeren die wat ons betreft het meest bepalend zijn voor de vraag hoe de toekomst van de opvang van Oekraïners eruit gaan zien. De eerste - niet verassend: het verloop van de oorlog. De tweede: de vraag welke verblijfstitel Oekraïners hebben in Nederland. Op dit moment hebben zij een tijdelijke verblijfsvergunning vanuit de EU, die meer onzekerheid geeft dan een eventuele toekomstige permanente status.'

‘Deze twee onzekerheden konden we tegen elkaar uitzetten als assen, waaruit vier scenario’s ontstonden. Elk van de vier scenario’s zijn we vervolgens gaan invullen door te kijken naar de gevolgen op een aantal gebieden: draagvlak onder inwoners en vrijwilligers, zorg, werk, huisvesting, integratie en onderwijs.’

AEF Artikelen10

Scenario’s voor de toekomst

Koen: ‘Vervolgens zijn we in gesprek gegaan met allerlei mensen: ambtenaren van de gemeente, mensen van de kerken en andere vrijwilligers, en met Oekraïners zelf. Hoe zien zij het voor zich als de oorlog nog langer voortduurt? En als de verblijfstitel uiteindelijk wel -of juist niet- tijdelijk blijft? Wat zijn de praktische implicaties voor de gemeente? Wat zijn de gevolgen voor het mentale welzijn van de Oekraïners?’

Samar: ‘Op basis van alle input konden we de vier scenario’s verder gaan inkleuren. In het eerste scenario, waarin de oorlog eindigt en de verblijfstitel tijdelijk blijft, is de verwachting bijvoorbeeld dat het draagvlak afneemt. Gevolg daarvan is dat er minder vrijwilligers beschikbaar zijn. Omdat de ‘kamper aanpak’ juist draait op de inzet van vrijwilligers, zou dat direct gevolgen hebben voor de beschikbare voorzieningen.'

'Want als het de kerken niet langer lukt om voldoende (kleinschalige) opvanglocaties te realiseren én mensen te vinden die de Oekraïners begeleiden bij hun integratie in de gemeente, dan is het de verantwoordelijkheid van de gemeente om die taken op te pakken. Maar of die daarvoor genoeg capaciteit heeft, is nog de vraag.’

Carolien: ‘Bovendien zouden Oekraïners in dit scenario moeite kunnen hebben met het vinden van een (vaste) baan op niveau, omdat het voor werkgevers minder aantrekkelijk is om in hen te investeren vanwege de onzekerheid van hun positie. De druk op medische zorg zou door de terugkeer van een deel van de mensen minder worden, maar de behoefte aan mentale ondersteuning van de mensen die blijven juist groter, door de opgebouwde spanning en de veranderde houding van de Kampenaren. Zo hebben we voor elk van de scenario’s ingevuld wat de mogelijke gevolgen zijn en uitgetekend waar het voor de gemeente nu al slim is om op te gaan anticiperen.'

Schermafbeelding 2024 06 20 om 15 21 27
'Een van de rode draden die door alle scenario’s loopt, is het belang van draagvlak. In Kampen is de rol van kerken en andere vrijwilligers heel groot en heel bijzonder geweest. Maar dat is ook een risico.'
Samar

Het grote belang van draagvlak

Samar: ‘Een van de rode draden die door alle scenario’s loopt, is het belang van draagvlak. In Kampen is de rol van kerken en andere vrijwilligers heel groot en heel bijzonder geweest. De kerken hadden via een project al contacten in Oekraïne op het moment dat de oorlog uitbrak. Ze zijn toen in busjes naar Oekraïne gereden om die mensen op te halen. Ze zijn het gewoon gaan doen. De gemeente was nog volop bezig om uit te zoeken hoe ze de opvang moest gaan regelen. Op basis van liefdadigheid vanuit hun gemeenschap kon Kampen toen in heel korte tijd kleinschalige opvang voor deze groep optuigen.

Burgemeester Sander de Rouwe zei daarover in een interview zelfs: ‘Wij als overheid hadden deze huisvesting nooit zo goed kunnen regelen als de kerken en vrijwilligers nu hebben gedaan.’

Koen: ‘Maar, de inzet van zoveel bevlogen vrijwilligers kan ook een risico zijn. Want de opvang maar ook de begeleiding van Oekraïners is grotendeels afhankelijk van de energie en motivatie van individuen. Wat als de oorlog eindigt en mensen terug kunnen maar dat niet doen? Of als de oorlog nog jaren duurt maar mensen vanwege psychische problemen wel mogen, maar niet kunnen werken? Om allerlei redenen is het behoud van draagvlak geen vanzelfsprekendheid. Dat is in Kampen meer dan op andere plekken echt een risico. Een belangrijke aanbeveling van ons was daarom om enerzijds in te zetten op het behoud van draagvlak maar om ook heel duidelijk in kaart te brengen wat er nodig is op het moment dat de inzet van vrijwilligers wegvalt.’

Schermafbeelding 2024 06 10 om 12 04 32
'Ook voor ons waren de gesprekken met Oekraïners best aangrijpend. Er waren hele families gekomen, sommigen zaten met hun kinderen schoot. Ik vond het bijzonder hoeveel mensen bereid waren om met ons te delen.'
Carolien

Aangrijpende gesprekken

Carolien: ‘Wat ons alle drie opviel, was hoe veel onzekerheid en onduidelijkheid er leefde bij de groep Oekraïners die we spraken voor ons onderzoek. Over de vraag wie hun opvang betaalden bijvoorbeeld en of ze die kosten ook zelf moesten gaan vergoeden. Maar we kregen ook vragen als ‘waar kan ik werk vinden’ of ‘hoe kan ik een leven in Nederland opbouwen’? We hebben de gemeente daarom geadviseerd om de informatievoorziening te verbeteren en helder te maken wat er wel en niet van deze mensen verwacht wordt.’

‘Ook voor ons was deze sessie best bijzonder. Er waren hele families gekomen, sommigen zaten met hun kinderen schoot. Ik vond het vooral heel bijzonder hoeveel mensen bereid waren om met ons te delen.’

Koen: ‘Wat mij het meest is bijgebleven is een gesprek met een jonge vrouw en alleenstaande moeder die in Oekraïne stewardess was geweest. Haar diploma lag op het vliegveld van Cherson - maar dat bestaat niet meer. Ze sprak een hele rits aan talen, maar geen Nederlands en ze vroeg me wat ze het beste kon doen. ‘Nederlands leren? Laaggeschoold werk? Hopen op een terugkeer?’ Dat besef heeft wel wat met mij gedaan, dat zij niet zo lang geleden gewoon een stewardess in Cherson was en ik een adviseur in Utrecht. En dat het leven dan zo kan lopen.'

Deze zoekopdracht heeft geen resultaten opgeleverd. Probeer het met een andere zoekterm