Microcredentials in het hoger onderwijs
Stel dat het mogelijk zou zijn om veel flexibeler te studeren, passend bij je leerbehoeften?
In het Versnellingsplan Onderwijsinnovatie werken de Vereniging Hogescholen (VH), VSNU en SURF samen aan digitalisering en flexibilisering in het hoger onderwijs. Microcredentials, kleinere eenheden van onderwijs, kunnen bijdragen aan modularisering en flexibilisering. AEF is gevraagd te onderzoeken op welke manier microcredentials een plek kunnen krijgen in het hoger onderwijs en wat daarvoor nodig is.
Een microcredential is een digitaal certificaat voor een zelfstandig af te ronden onderwijseenheid met een grootte van 3 tot 30 EC met een accreditatiewaardig niveau, kwaliteitskeurmerk en een erkende waarde voor professionals.
Vanaf oktober 2021 loopt in Nederland de pilot microcredentials in het hbo- en wo-onderwijs. Sinds januari 2022 doen 32 hogescholen en universiteiten mee aan de pilot en ontwikkelen ze kleine onderwijseenheden waaraan ze een microcredential koppelen. Het doel? De aansluiting op de arbeidsmarkt verbeteren, de flexibilisering van het onderwijs stimuleren, en slimmer en beter leren met technologie.
Wat we zagen in ons onderzoek
De pilot heeft grote vooruitgang geboekt: instellingen hebben gezamenlijk intensief samengewerkt aan de ontwikkeling van het stelsel, het verrijken van het onderwijsaanbod en het optimaliseren van procedures met betrekking tot uitgifte en administratie voor microcredentials. Er is ook veel geleerd en ontwikkeld in de interne kwaliteitszorg, maar dit blijft doorontwikkeling en aandacht vragen, ook in relatie tot externe kwaliteitszorg. Ook zijn er nog steeds juridische vraagstukken die aandacht vragen, met daarbij het risico is dat betrokken partijen vanwege deze vraagstukken op elkaar gaan wachten.
De pilot heeft positieve effecten op de positie van en aandacht voor LLO (Leven Lang Ontwikkelen) bij onderwijsinstellingen. De pilot heeft er vooral aan bijgedragen dat ook de interne kwaliteitszorg voor LLO-aanbod is ontwikkeld en verbeterd. Wel zagen we: het werkveld kan nog beter worden betrokken. Instellingen in de pilot hebben bestaand aanbod gebruikt of nieuwe programma's ontwikkeld voor hun microcredentials; in enkele gevallen was het werkveld betrokken bij deze ontwikkeling. Momenteel is de ontwikkeling meer aanbodgestuurd dan vraaggestuurd, hoewel opvalt dat veel microcredentials zijn ontwikkeld voor sectoren met arbeidstekorten. Werkgevers zijn beperkt betrokken bij dit onderzoek, waardoor het moeilijk is vast te stellen of de aangeboden microcredentials in de pilot voldoen aan de behoeften vanuit het werkveld.
Als laatste zagen we dat wederzijdse erkenning nog beperkt is ingebed. Instellingen hebben zich ingespannen om de interne organisatie van de pilot op orde te brengen. Deze taak is niet eenvoudig, en heeft tot gevolg dat de meeste instellingen nog niet zijn toegekomen aan het organiseren van wederzijdse erkenning van elkaars microcredentials. Een aandachtspunt hierbij is dat wanneer instellingen zich te sterk op hun eigen organisatie
richten, de latere implementatie van onderlinge erkenning gecompliceerder kan worden, gezien de toenemende verschillen tussen instellingen.
De toekomst van microcredentials
Recent is de keuze gemaakt om de pilot voort te zetten onder het nieuwe programma Npuls. Hiermee komt de gewenste duidelijkheid voor de deelnemende instellingen over het vervolg van microcredentials. Ook krijgen andere hbo- en wo-instellingen de gelegenheid om in te stappen. Zo kunnen microcredentials in Nederland een stevigere en nog herkenbaardere positie krijgen.
De pilot sluit aan op een Europese ontwikkeling. Niet alleen in Nederland heeft de ontwikkeling van microcredentials in het onderwijs in de afgelopen twee jaar een vlucht genomen. We zien deze ontwikkeling ook in andere Europese landen. Met de aanbeveling van de Europese Raad lijkt de vraag hóé microcredentials er in de toekomst uit gaan zien belangrijker dan de vraag óf microcredentials een plek gaan krijgen.
De invulling van externe kwaliteitsborging is en blijft een ontwikkelpunt. Instellingen zijn het erover eens dat er een vorm van externe kwaliteitsborging moet komen, zeker als microcredentials wettelijk erkend worden. De instellingen die hebben deelgenomen aan de pilot vinden de peerreviews in hun huidige vorm geen geschikt instrument om daaraan vorm te geven. De vraag hoé dit er dan wel uit moet komen te zien, is nog niet beantwoord. Gezien de verscheidenheid aan microcredentials, vooral wat betreft omvang, is dit ook geen gemakkelijk vraagstuk.