Nieuws

Beletselen in de continuïteit van zorg voor personen met gevaarlijk gedrag


In opdracht van het programma Continuïteit van zorg heeft Andersson Elffers Felix (AEF) een onderzoek uitgevoerd naar de beletselen in de continuïteit van zorg voor mensen met gevaarlijk, agressief en ontwrichtend gedrag die geen juridische titel (meer) hebben. De rapportage van dit onderzoek is onlangs door de staatssecretarissen van Veiligheid & Justitie en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport naar de Tweede Kamer gestuurd. 

De zorg voor deze kwetsbare doelgroep is belegd bij een complexe keten. De betrokken personen hebben één of meerdere strafrechtelijke maatregelen of civiele titels gehad en maken gebruik van zorg, beveiligings- en begeleidingsproducten. Afhankelijk van de rechtsgrond wordt de zorg gefinancierd door hetzij DJI, zorgverzekeraars, zorgkantoren of gemeenten. 

Voor een aanzienlijk deel van de populatie geldt dat de problematiek nog niet beheersbaar is of opgelost op het moment dat zijn of haar forensische titel is opgeheven. Dat betekent dat de zorg en begeleiding georganiseerd moet worden in de reguliere zorgstelsel. Uit verschillende incidenten is duidelijk naar voren gekomen dat deze overgang beter georganiseerd moet worden. 

AEF toont in dit onderzoek aan dat er op 26 punten in de keten beletselen bestaan. Voor een deel van deze knelpunten zijn al maatregelen genomen zoals de invoering van de Wet Forensische zorg, Wet Verplichte ggz en de Wet Zorg en dwang en andere maatregelen die door ketenpartijen en overheid al zijn ingezet. 

Van de 26 door AEF geïdentificeerde knelpunten beschrijven we de drie voornaamste.

Beveiligde zorg zonder strafrechtelijke titel
We constateren dat in de markt  van de Zorgverzekeringswet en de Wet Langdurige zorg-markt zorgverzekeraars en instellingen niet in staat zijn om voldoende capaciteit voor beveiligde zorg te organiseren voor mensen zonder strafrechtelijke titel. Dit zijn bedden op een beveiligingsniveau zoals dat bestaat in forensische instellingen maar dan vanuit een civielrechtelijke titel (BOPZ maatregel). Er zijn verschillende oorzaken aan te wijzen waardoor de veldpartijen op dit moment niet tot een sluitende aanpak komen. Dat heeft zowel met de aard van de doelgroep te maken als de dynamiek tussen financiers en aanbieders. 

In het rapport doet AEF een aantal aanbevelingen. De belangrijkste is om regionale afspraken te maken over de beschikbaarheid van deze bedden en de wijze waarop instellingen daar naar kunnen verwijzen. Ook is het noodzakelijk om de inhoudelijke parameters vast te stellen waaraan instellingen moeten voldoen om deze zorg te kunnen leveren. Dat vraagt om een nieuwe veldnorm waarin deze afspraken zijn vastgelegd. 

Levensloopfunctie

De zorg en begeleiding voor deze doelgroep is vaak ontoereikend zodra de strafrechtelijke en civielrechtelijke titels aflopen. Er ontbreekt een functie die zowel kan signaleren als laagdrempelig zorg kan inschakelen. Daardoor komen risico’s vaak te laat in beeld en kan niet de zorg worden geboden die nodig is. De doelgroep vraagt om blijvende betrokkenheid van forensische expertise en mogelijkheden.

AEF adviseert een levensloopfunctie voor deze doelgroep te ontwikkelen waarin het zorgplan uit de forensische kliniek of de forensische ambulante setting ook voorziet in afspraken voor een vervolg in het veiligheidshuis. 

Woonvoorzieningen en ambulante zorg

Tot slot constateert AEF dat de doorstroom naar woonvoorzieningen en ambulante zorg voor de doelgroep lastig is. Daardoor blijven mensen regelmatig onnodig in klinische zorg hangen. Het gaat om zowel de beschikbaarheid van een woning als de aansluitende voorzieningen op het vlak van werk en inkomen en zorg.

De ministers van Veiligheid en Justitie (VenJ) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) onderschrijven de  bevindingen van AEF. Daarnaast traden als opdrachtgevers op de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), Zorgverzekeraar Nederland (ZN), en Geestelijke gezondheidszorg Nederland (GGZ NL). 

Kamerstuk [outlink]

Andersson Elffers Felix, Onderzoek naar beletselen in de continuïteit van zorg voor personen met gevaarlijk, agressief en ontwrichtend gedrag die geen juridische titel (meer) hebben, 13 april 2017