Case

Protocol vaststelling identiteit (ID-protocol)

Veiligheid en Justitie

Op 1 oktober 2010 is de Wet identiteitsvaststelling verdachte, veroordeelden en getuigen in werking getreden. Ter voorbereiding daarop is het protocol Identiteitsvaststelling in de strafrechtsketen (ID-protocol) opgesteld. AEF is gevraagd  te onderzoeken wat de impact is van het ID-protocol voor de politie:  haar primaire processen, verificatie- en identificatiehandelingen, registratie en de impact op de benodigde politiecapaciteit.
AEF heeft een kort onderzoek gedaan onder korpsen die het verst waren met het invoeren van identificatieprotocol. In nauwe samenwerking met een werkgroep uit de politie is een nauwkeurige inschatting gemaakt van de werklast per aangehouden verdachte. Met gebruik van  bestaande databases rondom aangehouden verdachten is vervolgens de totale werklast berekend.
Door deze aanpak is inzichtelijk gemaakt waar de werkprocessen van alle 25 regiokorpsen en de KLPD worden geraakt en hoe de effecten van de maatregelen zijn verspreid over de regio’s. Voor elk korps is een drietal ideaaltypische scenario’s (in totaal dus 75 scenario’s) doorgerekend, op grond waarvan  bepaald kon worden in welke mate meer of minder capaciteit bij de verschillende ketenpartners nodig is.