Case

Professionalisering in het nieuwe jeugdstelsel

Zorg en Welzijn

De decentralisaties in het sociale domein staan hoog op de politieke regionale en lokale agenda. Gemeenten, instellingen en verzekeraars bereiden zich voor op hun nieuwe taken. Het lijkt een spel te worden tussen de instituties. Een spel van nieuw opdrachtnemer/opdrachtgeverschap, vastgoedproblematiek, inkopen, sturen en bekostigen. Terwijl de professionals – samen met de burgers! – deze nieuwe verantwoordelijkheden in de praktijk waar zouden moeten maken. 

AEF adviseerde over de kwaliteitsverbetering en professionalisering van de jeugdhulp. In opdracht van het ministerie van VWS heeft AEF in kaart gebracht hoe de partijen die straks de jeugdhulp gaan vormen op dit moment invulling geven aan professionalisering en kwaliteitsbevordering. Het gaat om de sectoren jeugdzorg, geestelijke gezondheidszorg (ggz) en verslavingszorg, gehandicaptenzorg, welzijn & maatschappelijke dienstverlening en jeugdgezondheidszorg. Uit deze inventarisatie blijkt dat er in de deelsectoren de afgelopen jaren veel is geïnvesteerd in professionalisering, maar dat de invulling daarvan echter soms verschilt. 

Het wetsvoorstel voor de nieuwe Jeugdwet (en onderliggende AMvB) laat ruimte aan de betrokken stakeholders om samen de normen voor werktoedeling te bepalen. Momenteel werken de oude jeugdzorgpartners aan een invulling van die norm. Andere vormen van jeugdhulp die straks onder de nieuwe wet gaan vallen, zijn hier nog niet bij betrokken.
De ontwerp-regelgeving is duidelijk over de eisen die worden gesteld. De beeldvorming echter werkt tegen. Nu is er een hoofdregel (registratie), met een “tenzij-bepaling”. Dit betekent dat organisaties beargumenteerd kunnen afwijken en ervoor kunnen kiezen om niet- of anders geregistreerde professionals in te zetten. 

Nemen gemeenteambtenaren in de toekomst het zekere voor het onzekere door te kiezen voor een geregistreerde professional, is dat een bedreiging voor een level playing field en een beperking van de keuzevrijheid. 

Met de stakeholders heeft AEF een viertal scenario’s onderzocht.
(A) het naast elkaar laten bestaan van de verschillende vormen van professionalisering, zoals nu in de praktijk ook al het geval is, (B) registratie van professionals (al dan niet in het Kwaliteitsregister Jeugd) en handhaving van de ontwerp-AMvB, (C) gezamenlijk invulling geven aan professionalisering jeugdhulp en (D) een wenkend perspectief van professionaliseringseisen voor het bredere sociale domein. 

Het gezamenlijk invulling geven aan het begrip professionalisering door alle relevante partijen (scenario C), doet het meeste recht aan de positie van alle partijen in de nieuwe Jeugdwet. Door het begrip jeugdhulp samen te duiden, ontstaat een gelijk speelveld, ontstaat een gelijkluidende beeldvorming en is er voldoende ruimte voor innovatie en transformatie. 

AEF heeft het Ministerie van VWS daarom geadviseerd om dit scenario te volgen. Het rapport van AEF is op 27 september 2013 door de minister aan de Tweede Kamer aangeboden. 

Professionalisering in het nieuwe jeugdstelsel, Eindrapportage, 11 september 2013
Bijlagenboek bij Professionalisering in het nieuwe jeugdstelsel, 5 september 2013
Aanbiedingsbrief AEF-rapport professionalisering jeugdstelsel