Nieuws

Maak RCR 'omgevingsgevoeliger'


In opdracht van het ministerie voor EZ evalueerde AEF de Rijkscoördinatieregeling (RCR) voor energie infrastructuurprojecten. De Rijkscoördinatieregeling is in 2009 ook van toepassing verklaard op grote energie-infrastructuurprojecten. De regeling zorgt er voor dat de inpassing van grote energie-infrastructuur (windparken boven 100 MgW, hoogspanningsleidingen, gasleidingen, gaswinning) een bevoegdheid van het Rijk wordt.

Het is de bedoeling om projecten beter te stroomlijnen, te versnellen, de kwaliteit van de besluitvorming te verbeteren en de acceptatie te vergroten. Het ministerie van Economische Zaken wilde niet alleen dat de evaluatie terug zou kijken, maar vroeg AEF vooral ook om vóóruit te kijken.

De evaluatie kijkt uitdrukkelijk naar de regeling als instrument en is geen evaluatie van afzonderlijke projecten. Voor de bekeken projecten geldt dat de regeling helpt bij het stroomlijnen van het project. Er komt een planning, een projectorganisatie wordt opgetuigd, stakeholders organiseren zich, er werden heldere afspraken gemaakt. Een aantal projecten is versneld mede dankzij de regeling, maar voor een deel van de projecten blijft dat een open vraag.

Vastgesteld moet worden dat de kwaliteit van de besluitvorming in de ogen van de Raad van State goed is geweest. Er is nauwelijks een beroep gegrond verklaard. Of de regeling bijgedragen heeft aan verbetering van de kwaliteit van het plan, is niet vast te stellen. Daarvoor zouden afzonderlijke projecten inhoudelijke geëvalueerd moeten worden. Acceptatie en draagvlak zijn kwetsbaar gebleken. Op het moment dat een project een grote ruimtelijke impact heeft en maatschappelijk omstreden is, polariseert toepassing van de RCR. Lokaal bevoegde gezagen ervaren in die situatie de regeling als een machtsmiddel van de Rijksoverheid.

Voor de toekomst adviseert AEF toepassing van de Rijkscoördinatieregeling te beschouwen in het perspectief van de energietransitie. De energietransitie, de overgang van fossiele- naar duurzame opwekking van energie zal een grote ruimtelijk impact hebben. Grote projecten zullen gerealiseerd moeten worden, terwijl tegelijk geen afbreuk moet worden gedaan aan een groeiend draagvlak voor de energietransitie. Om dit te bereiken adviseert AEF zowel de regeling zelf, als de toepassing hiervan ‘omgevingsgevoeliger’ te maken:

- Richt voor de toepassing van de RCR een programmaorganisatie in. In de praktijk is de RCR nu te veel een verzameling van aparte projecten.

- Verlaag de criteria op basis waarvan een project automatisch onder Rijkscoördinatie valt, maar schrap tegelijk het automatisme. Gevolg is dat meer projecten in aanmerking komen (waardoor het overzicht groter wordt), maar dat op inhoudelijke gronden in samenspraak met andere bevoegde gezagen, gemeenten, provincies, waterschappen, besloten wordt of Rijkscoördinatie inderdaad gewenst is.

Andersson Elffers Felix, Eindrapportage evaluatie Rijkscoördinatieregeling, 4 november 2016