Case

Doorlooptijden jeugdstrafrechtketen

Veiligheid en Justitie

Eind 2001 zijn de zogenoemde 'Kalsbeeknormen' van kracht geworden in de jeugdstrafrechtketen. De gedachte achter de Kalsbeeknormen is dat sancties voor jeugdigen meer effect hebben naarmate ze sneller en consequenter worden uitgevoerd. 

De Kalsbeeknorm geeft aan, welk percentage jeugdzaken binnen een gestelde termijn door een ketenpartner moet zijn afgehandeld of overgedragen aan een volgende ketenpartner. De normen gelden voor alle ketenpartners in de jeugdstrafrechtketen: de politie, bureau Halt, het Openbaar Ministerie, de Raad voor de Kinderbescherming, Bureau Jeugdzorg, de rechtspraak, het CJIB en het gevangeniswezen. 

Uit analyses bleek dat de Kalsbeeknorm lang niet overal in Nederland werd gehaald. AEF heeft daarom de stand van zaken in de jeugdstrafrechtketen geëvalueerd. Aan de hand van interviews, een kwantitatieve analyse van de ontwikkeling van de normen en een screening op basis van documenten heeft AEF het totale ketenproces gereconstrueerd, waarna verder is ingezoomd op de plekken waar de doorlooptijden niet werden gehaald. 

Aan de hand van de uitkomsten zijn verbetervoorstellen voor zowel de normen, als de sturing en inrichting van ketenprocessen binnen de jeugdstrafrechtketen opgesteld.