Publicatie

De impact van ZSM op ketensamenwerking

Openbaar Ministerie (OM)

De politie, het OM, de reclassering en de Raad voor de Kinderbescherming proberen sinds enkele jaren de onderlinge samenwerking in de routering van verdachten te verbeteren. Ze doen dat via het programma ZSM, waarin de s niet alleen blijkt te staan voor snel, maar ook voor slim, samen, selectief en simpel. Omdat behalve de snelheid ook de kwaliteit van het proces gewaarborgd moet worden. 

Het streven is de afhandeling van verdachten van veelvoorkomende criminaliteit te versnellen. Na een aanhouding komt er zo snel mogelijk een beslissing over wat in vaktaal heet: de afdoening. Dat kan bevreemdend werken omdat een verdachte immers nog niet schuldig bevonden is. Maar het oogmerk is een traject te bepalen dat duidelijkheid schept en recht doet aan de positie van verdachte en slachtoffers. Een rapport van de Rekenkamer uit 2012 'Prestaties in de strafrechtketen' wees al op te lange doorstroomtijden met ongewenste uitstroom bij politie en door verjaring niet opgelegde straffen. Het was duidelijk dat er iets moest gebeuren. 

De crux van ZSM zit hem in een betere communicatie, betere informatieuitwisseling tussen de partijen. OM, politie en ketenpartners werken samen in het Selectie- en Coördinatiecentrum (SCC), zodat er vanaf het begin van een traject meer onderlinge afstemming plaats kan vinden. 

Ivo van Duijneveldt schreef samen met John Schagen en Judith Renes een artikel voor het Tijdschrift voor de Politie over de ervaringen met ZSM tot nu toe.