Nieuws

AEF en USBO evalueren kaders voor rijksorganisaties op afstand


Honderden Rijksorganisaties voeren op afstand van de beleidsdepartementen publieke taken uit. Deze organisaties, van klein tot groot, kennen een groot en gevarieerd takenpakket, verspreid over alle beleidsterreinen. Denk aan het UWV, de Gezondheidsraad, de Inspectie van het Onderwijs en het RIVM. Deze organisaties zijn ingericht als zelfstandig bestuursorgaan (zbo), agentschap, rijksinspectie, adviescollege of planbureau. En ook stichtingen leveren een belangrijke bijdrage aan het functioneren van de overheid.
 
Er zijn verschillende kaders ontwikkeld om de verhouding van ‘Rijksorganisaties op afstand’ met de beleidsdepartementen en de minister goed te regelen. Voorbeelden daarvan zijn de Kaderwet zbo’s en de Regeling agentschappen. AEF voert in opdracht van het ministerie van BZK en het ministerie van Financiën een brede evaluatie uit naar de opzet en werking van deze kaders. Daarin staan begrippen centraal zoals publieke waarde: helpen de kaders de organisaties om maatschappelijke meerwaarde te realiseren? De Ministeriële verantwoordelijkheid: kan de minister zijn verantwoordelijkheid voor het functioneren van de organisatie waarmaken? En onafhankelijkheid: hebben organisaties op afstand voldoende ruimte om waar nodig onafhankelijk te werk te gaan? 

Dit onderzoek wordt uitgevoerd in een samenwerking tussen onderzoekers van het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap van de Universiteit Utrecht en adviseurs van AEF. Deze brede evaluatie is opgedeeld in meerdere deelonderzoeken met een eigen focus. Via onder andere documentstudie, casusonderzoek, interviews en expertsessies willen we komen tot een integraal beeld van de werking van de kaders in de praktijk. We dragen met deze evaluatie graag bij aan het verbeteren van het functioneren van organisaties op afstand en daarmee de samenwerking tussen beleid en uitvoering. 

De brede evaluatie bestaat uit verschillende deelonderzoeken:
• Een eerste deelonderzoek richt zich op de inrichting en werking van kaders voor een brede groep van rijksorganisaties op afstand (zbo’s, agentschappen, planbureaus en adviescolleges). Hierbij worden meerdere casussen onderzocht om het functioneren van de kaders nauwkeurig in beeld te brengen. 
• Een tweede deelonderzoek focust specifiek op de Aanwijzingen inzake de Rijksinspecties. Deze evaluatie beoordeelt de doeltreffendheid en doelmatigheid van de Aanwijzingen, die in het bijzonder zijn gericht op het versterken van de  onafhankelijkheid van Rijksinspecties. 
• In een derde deelonderzoek wordt gekeken naar de rol van de kaders bij het benoemingenbeleid bij zbo’s en adviescolleges. Transparantie en diversiteit vormen centrale concepten in dit deelonderzoek, om te bepalen waar verbeterpunten liggen voor huidige benoemingsprocedures. 
• In het vierde deelonderzoek wordt het Stichtingenkader verkend. Het Stichtingenkader reguleert de betrokkenheid van de overheid in het (mede)oprichten van privaatrechtelijke stichtingen. Door het bijzondere karakter van deze organisatievorm binnen de overheid, wordt dit kader afzonderlijk geëvalueerd op doelmatigheid en doeltreffendheid.

De deelonderzoeken van de brede evaluatie zullen in de laatste fase van de evaluatie worden samengebracht om overkoepelende conclusies en aanbevelingen op te stellen voor de kaders voor rijksorganisaties op afstand. De eindrapportage van de brede evaluatie zal naar verwachting worden opgeleverd in het najaar van 2021.